In deze risicogroep staan de financiële afwijkingen op werk & inkomen, de opvang van Oekraïners, de Wmo, gezondheid en de jeugdhulp, De verwachte kosten 2025 zijn in totaal € 3,5 miljoen lager dan begroot. Dit komt vooral door:
- € 1,3 miljoen lagere kosten op de bijstandsverlening. We hebben een nadeel van € 3,4 miljoen begroot. Het nadeel komt per saldo uit op € 2,1 miljoen
- € 2,3 miljoen tot € 3 miljoen voordeel op de jeugdhulp. Bij de begroting hadden we aangegeven een voordeel te verwachten in 2025 van ongeveer € 3 miljoen. Dit vonden we toen nog te onzeker om al te begroten. We verwachten dit voordeel nog steeds.
We begroten € 0,8 miljoen aan structureel hogere kosten:
- Op basis van 2025 verwachten we € 0,25 miljoen hogere kosten bijzondere bijstand;
- Op basis van de kosten van dit jaar en voorgaande jaren verwachten we bij ongewijzigd beleid € 0,3 miljoen nadeel op de Lokaal Maatschappelijke Opvang;
- Vanaf 2026 neemt de bijdrage voor infectieziektebestrijding (Algemene Gezondheid) aan de GGD toe met € 0,25 miljoen. Dit was niet begroot omdat de Raad hiertegen een zienswijze had ingediend. Het GGD bestuur heeft in meerderheid besloten de hogere kosten toch in de begroting op te nemen.
Op de andere onderdelen verwachten we geen hogere of lagere kosten dan nu begroot in 2026-2029. In principe moet dit tekort binnen de begroting van het sociaal domein worden opgelost. In de aanloop naar de begroting 2027 onderzoeken we of deze kosten vanaf 2027 alsnog binnen het sociaal domein kunnen worden opgevangen.
Bij de eerste kwartaalrapportage 2026 informeren wij u over de invulling van de volgende bezuinigingen
- € 0,3 miljoen algemene taakstelling Z&W: deze bezuiniging is bij de begroting ingeboekt en moet vanaf 2026 worden ingevuld. De maatregelen moeten nog in kaart worden gebracht
- € 1,8 miljoen Huishoudelijke Ondersteuning: op dit moment spreken we met de aanbieders over onder andere de aanpassing van de tarieven 2026 om de bezuiniging in te vullen. We verwachten in januari tot afspraken te komen, zodat het college in het eerste kwartaal 2026 de tarieven kan aanpassen en vaststellen.
bedragen x € 1.000
omschrijving | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|---|---|---|---|---|
beschut werk en jobcoaching | 255 | ||||
Bijstandsverlening | 1.299 | ||||
Bijzondere Bijstand | -251 | -251 | -251 | -251 | -251 |
Oekraïne opvang | 400 | ||||
apparaatskosten regionale Wmo | -400 | ||||
onttrekking reserve regionale Wmo | 400 | ||||
lokaal maatschappelijke opvang | -400 | -300 | -300 | -300 | -300 |
Wmo hulpmiddelen | 200 | ||||
sociaal medische indicaties kinderopvang (SMIK) | -200 | ||||
prognose jeugdhulp | 2.300 | ||||
Voordeel jeugdhulp 2025 inzetten voor hogere OVA index 2026 | |||||
Versterken algemene gezondheid GGD | -253 | -253 | -253 | -253 | |
totaal | 3.603 | -804 | -804 | -804 | -804 |
beschut werk en jobcoaching
In verband met de verwachte groei van de doelgroep in lijn met de ontwikkeling van het rijksbudget, is in de begroting voor beschut werk en jobcoaching gerekend met een jaarlijks oplopend budget. In 2025 blijkt die groei lager dan verwacht waardoor we verwachten € 0,2 miljoen minder uit gaan geven voor beschut werk en € 0,1 miljoen voor Jobcoaching.
Bijstandsverlening
Bij de programmabegroting 2026 hebben we voor 2025 rekening gehouden met een tekort van € 3,45 miljoen op de bijstandsverlening. Dit was op basis van de cijfers over het eerste halfjaar. We hadden te maken met oplopende klantaantallen en een oplopend gemiddeld uitkeringsbedrag.
Op basis van de cijfers t/m september 2025 verwachten we een afvlakking van de groei van het gemiddeld aantal klanten. Hierdoor houden we € 0,9 miljoen over op het extra budget. Daarnaast is ook het gemiddelde uitkeringsbedrag € 47 lager uitgevallen wat nog eens € 0,2 miljoen voordeel oplevert.
Verder verwachten we nog diverse kleinere voordelen bij bijvoorbeeld de BBZ en Loonkostensubsidie waardoor we nog eens € 0,2 miljoen verwachten over te houden.
Hierdoor verwacht wij dat het totale tekort op de BUIG hierdoor € 1,30 miljoen lager uitvalt.
Bijzondere Bijstand
Bij de Programmabegroting 2026 is als gevolg van de steeds verder stijgende uitgaven voor bijzondere bijstand het budget met € 0,9 miljoen verhoogd.
Op basis van de actuele cijfers verwachten wij een verdere stijging van de uitgaven van ongeveer € 0,3 miljoen. Belangrijkste oorzaak is de instroom van jongeren die op zich zelf zijn gaan wonen en voor de huur een beroep doen op de bijzondere bijstand.
Oekraïne opvang
Vanuit het normbudget 2024 hebben we € 0,4 miljoen gereserveerd voor (uitgesteld) groot onderhoud aan het Alnovum. Dit omdat we niet zeker wisten of het normbudget 2025 daarvoor voldoende ruimte zou bieden. De regeling biedt de mogelijkheid om af te rekenen op basis van werkelijke kosten. Dit betekent dat het alle kosten worden vergoed. Hierdoor kan de reservering van € 0,4 miljoen vrijvallen.
apparaatskosten regionale Wmo
Er is in 2025 meer personeel ingezet waarvoor geen dekking is in de begroting. De extra inzet is vooruitlopend op de uitbreiding van het uitvoeringsbudget in 2026 met € 0,5 miljoen. Structureel kunnen de kosten dus worden betaald. Over de verrekening van de kosten 2025 zijn geen afspraken gemaakt. Deze komen voor rekening van Almere als centrumgemeente.
onttrekking reserve regionale Wmo
De hogere apparaatskoten worden betaald uit de reserve regionale Wmo. Hierin zit vrije ruimte voor Almere waarmee investeringen en tekorten kunnen worden afgedekt
lokaal maatschappelijke opvang
De kosten voor gezinsopvanglocaties, doorstroomlocaties en tussenvoorzieningen zijn € 0,3 miljoen hoger dan begroot. Voorgaande jaren hadden we deze hogere kosten ook. Dit komt voor € 0,1 miljoen door niet ontvangen eigen bijdrage voor gezingsopvang locaties. Dit komt omdat deze doelgroep vaak deze bijdrage niet kan betalen. Daarnaast zijn er € 0,2 miljoen hogere kosten voor onderhoud, reparaties en vervangingen bij doorstroomlocaties en tussenvoorzieningen. Deze kosten ontstaan door incidenten, maar deze incidenten vinden jaarlijks plaats. Deze kosten zijn structureel en moeten dus ook structureel in de begroting worden opgenomen. Ook zijn de kosten van de schakelteams incidenteel € 0,1 miljoen hoger.
De budgetten voor lokaal maatschappelijke opvang zijn de afgelopen jaren niet verhoogd, ondanks de hogere kosten. Dit komt omdat dit eigen beleid is waarin keuzes gemaakt kunnen worden. Het gaat om een budget van in totaal ongeveer € 4,5 miljoen.
Wmo hulpmiddelen
Op basis van de werkelijke cijfers t/m oktober verwachten we een voordeel op de woningaanpassingen en de pgb's van € 0,2 miljoen. Dit is een beperkte afwijking ten opzichte van het budget van in totaal ongeveer € 8,5 miljoen voor hulpmiddelen en vervoer. Ook geld dat als er toch nog extra woningaanpassingen de kosten nog kunnen oplopen.
sociaal medische indicaties kinderopvang (SMIK)
Op basis van de werkelijke cijfers t/m oktober, verwachten we € 0,1 miljoen hogere kosten in 2025 op de SMIK. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding voor kinderopvang, is een medisch onderzoek nodig. Ook hier verwachten we € 0,1 miljoen hogere kosten.
De kosten van de SMIK 2025 komen uit op € 1,6 miljoen. Vanaf 2026 moet er ongeveer € 1 miljoen worden bezuinigd. De besparing moet plaatsvinden door het niet verlengen van de lopende indicaties. Eind 2025 lopen er naar verwachting nog ongeveer 100 beschikkingen In de komende 3 maanden vinden er nog ruim 60 herindicaties plaats. Deze moeten vrijwel allemaal worden beëindigd om de bezuiniging in te vullen en ook nog nieuwe instroom te kunnen betalen. Hierin zit een risico. Hierover zullen we indien nodig bij de eerste kwartaalrapportage 2026 rapporteren.
prognose jeugdhulp
Op basis van de declaraties tot en met heden verwachten we tussen de € 2,3 miljoen en € 3 miljoen over te houden op de jeugdhulp. Hierin zit de onzekerheid dat de declaraties van het laatste kwartaal nog niet compleet zijn. Ook zijn er een aantal afspraken met aanbieders gemaakt waarvan de kosten nog niet volledig zijn gedeclareerd. Hiervoor hebben we prognoses opgenomen. Het volgende beeld ontstaat:
a. jeugdhulp lokaal: we houden ongeveer € 2,2 miljoen over. Met name door lagere kosten niet gecontracteerde jeugdhulp.
b. De kosten voor de regionale jeugdhulp zijn ongeveer € 1 miljoen hoger. Dit zijn vooral hogere kosten van niet gecontracteerde verblijfsproducten. Onder andere omdat aanbieders kleinere groepen bieden waarin de contracten niet voorzien.
c. De uitvoeringskosten van SDFL zijn waarschijnlijk € 0,5 miljoen lager
d/e. Op basis van de huidige declaraties verwachten we € 1,3 miljoen over te houden op de LTA zorg. Dit is landelijk ingekochte hoog specialistische zorg waarop wij niet kunnen sturen. Het is onduidelijk waarom de kosten lager zijn. Als er alsnog kosten komen van een aantal Almeerse kinderen nemen de kosten snel toe. Hiervoor hebben we een stelpost opgenomen van € 0,7 miljoen.
Voordeel jeugdhulp 2025 inzetten voor hogere OVA index 2026
In de Programmabegroting 2026 hebben we vermeld dat de indexatie van de kosten van de jeugdhulpcontracten ons € 3 miljoen meer gaat kosten dan de compensatie die we via het gemeentefonds krijgen. We hebben aangegeven dat voordelen op de jeugdhulp ingezet worden voor de hogere indexatie. Dit doen we nu. Hierdoor kan de achtergehouden prijscompensatie 2026 voor andere begrotingsonderdelen ook worden verdeeld.
Versterken algemene gezondheid GGD
Het Algemeen Bestuur van de GGD heeft (in meerderheid) besloten om structureel extra geld beschikbaar te stellen voor infectieziektebestrijding. Dit valt onder de taak algemene gezondheid. Almere had hierop een zienswijze ingediend en in de Algemene Bestuursvergadering ook tegen gestemd. Belangrijskte argument is dat het Rijk deze taak primair financiert en hierop een korting heeft doorgevoerd en wij vinden dat gemeenten dit niet moeten oplossen. De kosten worden nu alsnog opgenomen in onze begroting.
